|
Al vele jaren is noodzaak voor R&D bij PMI de bepalende factor voor het gebruik van dierproeven. We zijn het erover eens dat er geen onderzoek nodig is om het al vastgestelde feit dat sigaretten ernstige aandoeningen veroorzaken, verder te onderzoeken - en we voeren dergelijk onderzoek dus ook niet uit.
We voeren wel dierproeven uit om beter te begrijpen hoe tabaksproducten ziekten bij de mens veroorzaken. Deze informatie is van essentieel belang bij het ontwikkelen en testen van minder schadelijke tabaksproducten. Werken aan het ontwikkelen van producten die het gevaar op aan tabak gerelateerde aandoeningen vermindert, is belangrijk voor de volksgezondheid en is een van onze hoogste prioriteiten. Als we dit zonder dierproeven zouden kunnen doen, zouden we dat doen. Maar op dit moment is dat onmogelijk.
Dat komt omdat we, ondanks het overweldigende bewijs dat roken ernstige aandoeningen bij rokers veroorzaakt, nog maar weinig weten over de specifieke mechanismen waardoor roken deze aandoeningen veroorzaakt.
Om deze mechanismen beter te begrijpen, doen wij en de wetenschappelijke gemeenschap, onderzoek op verscheidene gebieden, waaronder laboratoriumstudies zoals in vitro (in een reageerbuis), in vivo (op levende dieren) en inhalatiestudies, en klinische onderzoeken (studies waarbij mensen betrokken zijn).
Wetenschappers hebben onderkend dat elk van deze drie gebieden van groot belang is voor een beter begrip over de mechanismen van aan roken gerelateerde aandoeningen, en ze vormen dan ook een integraal onderdeel van het ontwikkelen, testen en beoordelen van minder schadelijke tabaksproducten. De meerderheid van onze onderzoeken met laboratoriumdieren richt zich op de informatie die ons kan helpen bij het ontwikkelen en valideren van tabaksproducten met minder risico's.
Daar waar we dierproeven gebruiken, beperken we ons gebruik van dieronderzoek in onze laboratoria tot alleen die gevallen waar er geen redelijk alternatief is. We bekijken voortdurend of we die dierproeven wel nodig hebben en we zoeken ook steeds naar alternatieven. We hopen dat we na verloop van tijd veel of alle dierproeven via andere methoden kunnen uitvoeren. Tot dat moment zullen er echter gegevens uit dierproeven nodig zijn om ons te helpen de belangrijke doelstelling die het ontwikkelen van minder schadelijke tabaksproducten is, te bereiken.
We volgen de algemeen erkende principes die de '3V's' van dieronderzoek genoemd worden: Vervangen, Verminderen en Verfijnen.
Vervangen - waar mogelijk gebruiken we bestaande geavanceerde technologieën en methoden om dierproeven te vervangen:
 |
Geavanceerde computermodeltechnologieën (zoals voorspellende technieken in siliciummodellen en simulatie); en |
 |
in-vitro biologische systemen. |
en we zijn ook bezig met het ontwikkelen en verifiëren van nieuwe state-of-the-art tools en technieken, zoals in-vitrosystemen die ontsteking en effecten van aërosols op de longen en het cardiovasculaire systeem beoordelen.
Verminderen - we gebruiken het absolute minimum aantal dieren dat nodig is om valide resultaten te behalen:
 |
Onderzoekers beoordelen zorgvuldig welke dieren het meest effectief voor elke studie zijn en berekenen het minimum aantal dat nodig is om de benodigde gegevens te verkrijgen; en |
 |
het Animal Welfare Committee (Commissie voor het welzijn van dieren) van PMI beoordeelt alle voorgestelde dierproeven om te evalueren of onze wetenschappers de doelstellingen van het onderzoek via andere methoden zouden kunnen bereiken. |
Verfijnen - we gebruiken minder invasieve ingrepen om pijn en ongemak tot een minimum te beperken:
 |
We maken gebruik van bio-imaging technologieën om de functie van organen op een niet-invasieve manier (bv. door ultrasone beeldvorming) te bestuderen; en |
 |
onze laboratoriumtechnici en veterinaire specialisten zijn speciaal opgeleid in de nieuwste technieken om de dieren op de best mogelijke manier te verzorgen en te behandelen.
|
Verantwoordelijk en verklaarbaar
Al onze activiteiten worden uitgevoerd conform toepasselijke wet- en regelgeving en ook conform internationaal vastgestelde 'beste praktijken' in de zorg voor laboratoriumdieren om te garanderen dat de dieren humaan en verantwoordelijk behandeld worden.
Dit omvat naleving van de Belgische Dierenrechten, de EU-richtlijn ter bescherming van proefdieren en de Regelgeving van het USDA (United States Department of Agriculture) betreffende het welzijn van dieren. Onze laboratoria hebben ook vrijwillig accreditatie ondergaan van de Association for the Assessment and Accreditation for Laboratory Animal Care (AAALAC). Wanneer we met externe partners en onderzoeksinstanties samenwerken of research sponsoren, eisen we van onze partners dat ze de toepasselijke standaards op het gebied van het welzijn van dieren naleven.
We blijven zoeken naar manieren om alternatieven voor dierproeven te gebruiken, waar mogelijk. Als er geen alternatieven zijn, eisen we dat elk onderzoek dat we uitvoeren of sponsoren, uitgevoerd wordt op een manier die zowel humaan als verantwoordelijk gebruikmaakt van laboratoriumdieren met als doel de aandoeningen die veroorzaakt worden door tabaksgebruik, te verminderen.
|