|
Geen twee rokers roken sigaretten op precies dezelfde manier. De teer- en nicotinegehaltes die voor sigarettenmerken worden opgegeven zijn niet bestemd (en waren nooit bedoeld) voor vermelding van de exacte hoeveelheid teer of nicotine die door een individuele roker van een bepaalde sigaret wordt geïnhaleerd. Deze getallen komen van standaard testmethoden die verschillende merken vergelijken terwijl ze door een machine worden "gerookt" onder identieke laboratoriumomstandigheden. Zoals regelgevende instanties sinds de invoering van deze tests hebben gezegd, laten deze tests (met inbegrip van de tests die in samenwerking met de U.S. Federal Trade Commission (FTC) en de International Standards Organization (ISO) zijn ontwikkeld) de relatieve verschillen in gehaltes tussen merken zien, ervan uitgaande dat ieder merk op dezelfde wijze als in de machine wordt vastgehouden en gerookt. Klik op de links aan de rechterkant voor meer informatie over de testmethoden.
Naar verluidt geloven sommige consumenten dat hun sigaret precies de hoeveelheid teer en nicotine per sigaret levert als de test opgeeft. De FTC heeft rokers meegedeeld dat "u zich bij het kijken naar teer- en nicotinegehaltes moet realiseren dat de hoeveelheid teer en nicotine die u binnen krijgt aanzienlijk zal variëren, afhankelijk van hoe u de sigaretten rookt." Meer informatie over de stelling dat sommige rokers de gehaltes verkeerd hebben geïnterpreteerd, vindt u via de links aan de rechterkant. De hoeveelheid teer en nicotine die u inhaleert is afhankelijk van de manier waarop u rookt.
Ruth Dempsey, Chief Scientist, Scientific Product Assessment
Door teergehaltes als referentiepunt te gebruiken, beschrijven wij sommige van onze merken met termen als "light" en "ultra light". Deze merkaanduidingen hebben echter, net als de opgegeven hoeveelheden zelf, nooit nauwkeurig aangegeven hoeveel teer of nicotine een individuele roker zal inhaleren op een bepaald moment. Hoewel wij geloven dat de aanduidingen als bruikbare vergelijkingspunten voor sigarettenmerken dienen als het gaat om kenmerken als smaaksterkte en het opgegeven teergehalte, willen wij in onze marketing niet de suggestie wekken en rokers zouden dit ook niet moeten aannemen, dat "light" of "ultra light" merken "veilig" of "veiliger" zijn dan full-flavor merken. De Wereldgezondheidsorganisatie meldt dat het overstappen op producten met minder teer geen belangrijke gezondheidsvoordelen biedt. Volg de links aan de rechterkant voor meer informatie over de opvattingen van gezondheidsinstanties over sigaretten met een lager teergehalte, waaronder het persbericht uit 1998 van de FTC waarin wordt gesteld dat "veilig roken niet mogelijk is". De manier waarop wij omgaan met merkaanduidingen wordt verderop nader beschreven.
Nog een opmerking voor rokers die minder teer en nicotine door hun sigaretten zouden willen binnenkrijgen: er wordt wel beweerd dat rokers "compenseren" voor de verlaagde teer- en nicotinegehaltes van sommige merken door ze anders te roken dan rokers van merken met hogere gehaltes. Ze kunnen bijvoorbeeld meer of grotere trekjes nemen, meer van de sigaret roken of de ventilatiegaatjes blokkeren die bijdragen aan de vermelde lagere gehaltes van sommige merken. In het algemeen gesproken geldt dat hoe intensiever een roker een sigaret rookt, hoe meer teer en nicotine hij of zij zal inhaleren uit die sigaret. Indien u geïnteresseerd bent om meer te lezen over de compensatie van rokers en hoe dit uw teer- en nicotine-inname kan beïnvloeden, klikt u op de betreffende links aan de rechterkant.
Machinale testen van teer- en nicotinegehaltes
Sigarettenbedrijven meten de gemiddelde teer- en nicotinegehaltes per sigaret via de volgende gestandaardiseerde machinale testmethodes. Amerikaanse fabrikanten volgen bijvoorbeeld de methode die ontwikkeld werd in samenwerking met de Federal Trade Commission (FTC) in 1967 en wordt van oudsher aangeduid als de "FTC-methode". In veel andere landen over de hele wereld wordt een vergelijkbare methode gehanteerd, die is ontwikkeld door de International Standards Organization. Deze methodes vergelijken de teer- en nicotinegehaltes van verschillende sigarettenmerken, wanneer deze onder identieke laboratoriumomstandigheden door een machine worden gerookt, en geven hun relatieve verschillen in gehaltes aan.
De machines "roken" echter ieder merk op dezelfde manier. Bij de FTC methode neemt de machine bijvoorbeeld elke minuut één trek van twee seconden van een hoeveelheid (35 milliliter) rook en de test vereist dat de sigaret op een speciaal aangegeven diepte op het sigarettenfilter wordt gebruikt. Andere methodes gebruiken vergelijkbare parameters.
Deze machinale methodes waren nooit bedoeld om weer te geven wat en hoe rokers in werkelijkheid inhaleren. Toen de FTC in 1967 de voltooiing van zijn proeftesten van de huidige methode aankondigde, verklaarde men dan ook dat "geen test de voorwaarden van het werkelijk roken door de mens exact kan kopiëren en dat binnen redelijk ruime grenzen van geen enkele methode kan worden gezegd dat deze ´goed´ of ´fout´ is - het doel om te testen is niet om de hoeveelheid teer en nicotine die door een menselijke roker wordt geïnhaleerd vast te stellen, maar veeleer om de hoeveelheid teer en nicotine vast te stellen die wordt verkregen wanneer een sigaret door een machine in overeenstemming met de voorgeschreven methode wordt gerookt." Via de link aan de rechterkant vindt u het persbericht van de FTC uit 1967, waarin de beperkingen van de gestandaardiseerde machinale testen worden beschreven.
De FTC stelde in 1997 herzieningen van zijn testmethode voor. Momenteel beoordeelt men deze methode opnieuw en ontwikkelt specifieke aanbevelingen voor de toekomst daarvan. Volg de link aan de rechterkant voor een inleiding op opmerkingen uit 1998 vanuit de tabaksindustrie over de Amerikaanse machinale testmethode.
In het licht van deze beperkingen zouden rokers niet moeten aannemen dat de machine testcijfers die op pakjes of advertenties van hun favoriete merk worden gedrukt exact de werkelijke hoeveelheid teer en nicotine aangeven die zij uit een bepaalde sigaret inhaleren. Daarnaast zouden zij niet moeten aannemen dat deze cijfers exact de relatieve hoeveelheid teer en nicotine aangeven die zij inhaleren uit hun favoriete sigarettenmerk ten opzichte van een ander merk.
Het gebruik van merkaanduidingen door Philip Morris
Philip Morris beschrijft sigarettenmerken regelmatig met de termen "full flavor", "light" en "ultra light". Deze termen worden gewoonlijk "aanduidingen" genoemd en bieden consumenten de mogelijkheid om de verschillende producten die worden aangeboden van elkaar te onderscheiden.
Aanduidingen worden in het algemeen gebruikt om een merk te vergelijken met andere beschikbare merken(met betrekking tot eigenschappen zoals smaaksterkte en aroma, en teer- en nicotinegehalte die via de machinale methode worden gemeten) Rokers mogen niet aannemen dat merkaanduidingen, zoals "light" of "ultra light" ofwel de actuele hoeveelheid teer en nicotine die ze uit elke sigaret inhaleren, precies aangeven, dan wel de relatieve hoeveelheid in vergelijking met concurrerende merken. Sommige onderzoekers melden dat consumenten die light sigaretten roken, net zoveel teer en nicotine inhaleren als van full-flavor merken. Voor meer informatie over dit onderwerp volgt u de links aan de rechterkant.
Philip Morris wil bij zijn marketing niet suggereren en rokers zouden ook niet moeten aannemen dat merken met een lager gehalte "veilig" of "veiliger" zijn dan full-flavor merken. Gezondheidswaarschuwingen zijn op al onze merken verplicht, ongeacht hun teer- en nicotinegehalte. De FTC heeft recentelijk verklaard dat "als consumenten bezorgd zijn over de effecten van het roken van sigaretten op de gezondheid, ze met roken moeten stoppen. Simpel gezegd, veilig roken bestaat niet." De Commissie herhaalt ook dat "het National Cancer Institute en de U.S. Food and Drug Administration in commentaren verklaarden dat nieuwe gegevens doen vermoeden dat de beperkte gezondheidsvoordelen die vroeger met sigaretten met een lager teer en nicotinegehalte werden geassocieerd, mogelijk niet bestaan."
Volg de links aan de rechterkant voor meer informatie over dit onderwerp.
Het is belangrijk om voor ogen te houden dat er momenteel geen sigaret op de markt is waarvan volksgezondheidautoriteiten bevestigendat deze een "verminderd risico" bieden, en het blijft nu eenmaal zo dat als rokers zich zorgen maken over de risico´s van het roken, stoppen met roken veruit het beste alternatief voor het verminderen van die risico´s is.
Aangezien rokers echter verschillende voorkeuren hebben, biedt Philip Morris producten aan met verschillende teer- en nicotinegehaltes, die zijn vastgesteld door middel van een machinale methode. Wij zijn van mening dat het juist is om op deze basis door te gaan met het differentiëren van onze merken en dat aanduidingen als "light" en "ultra light" deze verschillen aan volwassen rokers helpen over te brengen.
E-mail deze pagina
|